ECLI:NL:RBMID:2010:BP9819
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot verdeling woning uit nalatenschap met bewindvoering
De zaak betreft een vordering van eiseres, executeur en bewindvoerder van een nalatenschap, tot verdeling van een woning die voor de helft tot de nalatenschap behoort en voor de andere helft aan gedaagde, de ex-echtgenoot van de erflaatster. Eiseres vordert dat de rechtbank de scheiding en deling van de woning beveelt, met een recht voor gedaagde om binnen drie maanden de woning tegen de getaxeerde waarde van €312.000,-- over te nemen.
Gedaagde voert verweer dat verkoop van de woning niet nodig is voor voldoening van schulden, dat het bewind is ingesteld in het belang van de minderjarige dochter die in de woning woont, en dat eiseres geen belang heeft bij de vordering of misbruik maakt van haar bevoegdheid. De rechtbank oordeelt dat eiseres als executeur en bewindvoerder bevoegd is tot vordering tot verdeling, ook zonder toestemming van de erfgenamen, en dat het belang van de minderjarige onvoldoende gewicht heeft om verdeling tegen te houden.
De rechtbank bepaalt dat gedaagde drie maanden de tijd krijgt om de woning tegen de getaxeerde waarde over te nemen, met vergoeding wegens overbedeling aan de nalatenschap. Indien hij geen gebruik maakt van dit recht, zal de woning onderhands verkocht worden en de netto-opbrengst verdeeld. De vordering tot ontruiming wordt afgewezen zolang de woning niet is verkocht. Proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verdeling van de woning toe en geeft gedaagde drie maanden om de woning tegen taxatiewaarde over te nemen, daarna volgt verkoop en verdeling van de opbrengst.