ECLI:NL:RBMID:2010:BP9864
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod wegens ontbreken ernstig en onmiddellijk gevaar voor huisgenoten
Verzoeker kreeg op 10 januari 2010 een huisverbod opgelegd voor tien dagen vanwege vermoedens van huiselijk geweld, na meldingen van overlast en incidenten in de woning. De hulpofficier van justitie had op basis van het risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) geconcludeerd dat een hoog risico bestond. Verzoeker betwistte het gevaar en voerde aan dat er geen bewijs was voor ernstig en onmiddellijk gevaar voor zijn vriendin en kind.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de feiten en omstandigheden onvoldoende aantonen dat de aanwezigheid van verzoeker een ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert. Er was sprake van verbale conflicten en incidentele woede-uitbarstingen, maar geen concreet bewijs van fysiek geweld. Ook de verklaringen van het kind waren onduidelijk en het RiHG vermeldde alleen verbaal geweld. Hulpverlening was reeds ingezet.
De rechtbank stelde vast dat de burgemeester niet bevoegd was het huisverbod op te leggen omdat de wettelijke criteria niet waren vervuld. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het huisverbod wordt vernietigd wegens ontbreken van ernstig en onmiddellijk gevaar; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.