ECLI:NL:RBMID:2010:BP9883
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Ontvanger inzake derdenbeslag wegens verjaring en tijdigheid verklaring
De Ontvanger vordert dat de rechtbank vaststelt welk bedrag hem toekomt uit het onder derdenbeslag gelegde bedrag bij gedaagde en dat gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €452.712,-- plus kosten en rente. Dit bedrag betreft een vordering van betrokkene op gedaagde uit hoofde van een consultingovereenkomst voor de verkoop van vakantievilla's.
Gedaagde heeft een verklaring afgelegd dat zij geen geld of roerende zaken verschuldigd is aan betrokkene. De Ontvanger betwist deze verklaring en stelt dat gedaagde nog een bedrag verschuldigd is. De rechtbank oordeelt dat de verklaring op 20 juli 2009 door de Ontvanger is ontvangen en dat de Ontvanger binnen de wettelijke termijn van twee maanden gedaagde heeft gedagvaard, waardoor de betwisting tijdig is.
De rechtbank onderzoekt vervolgens de verjaring van de vordering van betrokkene op gedaagde. De oplevering van de bouwpercelen vond plaats in 2002 en 2003, waardoor de vordering vanaf 21 januari 2003 opeisbaar was. Aangezien geen stuiting van verjaring is gebleken, is de vordering op 21 januari 2008 verjaard. Daarom is gedaagde terecht in haar verklaring dat zij niets verschuldigd is. De vordering van de Ontvanger wordt afgewezen en de Ontvanger wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de Ontvanger af wegens verjaring en tijdigheid van de verklaring van gedaagde.