ECLI:NL:RBMID:2010:BP9886
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens onvoldoende onderbouwde mishandeling en dwang tot prostitutie
Eiseres vordert een verklaring voor recht dat gedaagde onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door stelselmatige vernedering, mishandeling en dwang tot prostitutie gedurende hun affectieve relatie van 2002 tot eind 2009. Zij eist tevens schadevergoeding voor materiële en immateriële schade.
Gedaagde betwist de aantijgingen, erkent slechts één incident van slaan en ontkent dwang tot prostitutie. Hij voert aan dat de dagvaarding niet voldoet aan de eisen van artikel 111 lid 2 en Pro dat eiseres onvoldoende concreet heeft gesteld welke feiten aan haar vordering ten grondslag liggen.
De rechtbank oordeelt dat de dagvaarding wel voldoet en gedaagde voldoende duidelijkheid heeft om verweer te voeren. Echter, eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van een causaal verband tussen het vermeende onrechtmatig handelen en haar schade. Ook is haar psychisch onbehagen niet van dien aard dat het leidt tot immateriële schadevergoeding.
Daarom wijst de rechtbank de vorderingen af en compenseert de proceskosten tussen partijen, zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eiseres af wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan causaal verband tussen onrechtmatig handelen en schade.