ECLI:NL:RBMID:2010:BQ5827
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating tussentijds hoger beroep inzake aansprakelijkheid Rabobank en gedaagden
In deze civiele procedure tussen Coöperatieve Rabobank Oosterschelde U.A. en gedaagden heeft de rechtbank Middelburg op 20 oktober 2010 een vonnis gewezen waarin tussentijds hoger beroep wordt toegelaten. Eerder had de rechtbank in een tussenvonnis van 14 april 2010 een oordeel gegeven over de juridische vraag of gedaagden aansprakelijk kunnen zijn voor oninbare vorderingen van Rabobank op derden.
De rechtbank stelt dat het feitelijke onderzoek naar de aansprakelijkheid, waaronder het taxeren van het betrokken object, nog moet plaatsvinden. Gezien het belang van duidelijkheid over de juridische aansprakelijkheid, en om gefragmenteerde en tijdrovende procedures te voorkomen, doorbreekt de rechtbank het uitgangspunt van art. 337 Rv Pro dat tussentijds hoger beroep niet mogelijk is.
Daarom wordt gedaagden toegestaan het tussenvonnis van 14 april 2010 aan een hogere rechter voor te leggen. De verdere behandeling van de zaak wordt aangehouden in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep. Dit bevordert de proceseconomie en voorkomt onnodige vertraging.
Uitkomst: Tussentijds hoger beroep is toegelaten tegen het tussenvonnis over aansprakelijkheid.