ECLI:NL:RBMID:2010:BR4215
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beslagvrije voet bij derdenbeslag onder werkgever
In deze zaak vordert eiseres de gedeeltelijke opheffing van derdenbeslag dat door de gemeente Sluis is gelegd onder haar werkgever, omdat zij meent dat de beslagvrije voet onjuist is vastgesteld. De beslagvrije voet was aanvankelijk vastgesteld op €818,40, later aangepast naar €1.011,25 netto per maand. Eiseres stelt dat bij de berekening onvoldoende rekening is gehouden met haar woonlasten, ziektekostenpremie en een ouderbijdrage voor haar uit huis geplaatste dochter.
De gemeente erkent de verhoging van de beslagvrije voet met de zorgpremie en woonlasten, maar voegt een bedrag toe wegens verhuur van een deel van de woning door eiseres. De voorzieningenrechter beoordeelt dat de wettelijke maatstaf van artikel 475d Rv correct is toegepast en dat de inkomsten uit verhuur als voor beslag vatbare inkomsten moeten worden meegeteld, ook al wordt de huur in natura voldaan.
De rechter oordeelt dat de beslagvrije voet niet te laag is vastgesteld en dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat zij door het beslag haar vaste lasten niet kan voldoen. De vordering tot opheffing van het beslag wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het derdenbeslag wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.