ECLI:NL:RBMID:2010:BR4252
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt recht Rabobank tot onderhandse verkoop van verpande goederen tijdens faillissement
De curator van het faillissement van Garage Van Strien B.V. stelde dat Rabobank onrechtmatig had gehandeld door zonder toestemming de verpande bedrijfsvoorraad en twee auto’s onderhands te verkopen voor een bedrag dat aanzienlijk lager lag dan de waarde. De curator betwistte dat Rabobank zich ondanks het faillissement op de overeenkomst tot vuistpandrecht kon beroepen en stelde dat de verkoop zonder medewerking van de curator niet was toegestaan.
Rabobank voerde aan dat zij een perfect pandrecht had en dat zij bevoegd was tot executoriale verkoop zonder toestemming van de curator, ook na faillissement. De rechtbank oordeelde dat de curator onvoldoende bewijs had geleverd dat de verkoop onder de waarde had plaatsgevonden en dat de Rabobank rechtmatig had gehandeld op grond van de pandrechtwetgeving en de gemaakte afspraken.
De rechtbank verwierp het beroep van de curator op vernietiging van de overeenkomst vuistpandrecht en bevestigde dat het faillissement de bevoegdheid van Rabobank tot onderhandse verkoop niet beperkte. De vorderingen van de curator tot schadevergoeding en verklaring van onrechtmatigheid werden afgewezen. De curator werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de curator af en bevestigt dat Rabobank gerechtigd was tot onderhandse verkoop zonder toestemming tijdens het faillissement.