ECLI:NL:RBMID:2010:BV7394
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J.M. Klarenbeek
- Rechtspraak.nl
Arbeidsconflict en situatieve arbeidsongeschiktheid bij reïntegratie in jeugdzorg
Een werkneemster in de jeugdzorg werd na een langdurige arbeidsongeschiktheid door een mishandeling begeleid naar een tijdelijke functie elders binnen de organisatie. Wat aanvankelijk als een begeleidingstraject werd gepresenteerd, bleek een beoordelingsprocedure te zijn zonder daadwerkelijke ondersteuning, waardoor de werkneemster geen redelijke kans had om te slagen.
De werkneemster meldde zich ziek bij de start van het traject en de bedrijfsarts stelde spanningsklachten vast die voortkwamen uit het arbeidsconflict, wat leidde tot situatieve arbeidsongeschiktheid. De werkgever betoogde dat de ziekmelding niet te goeder trouw was en dat de werkneemster werkweigering pleegde, maar de kantonrechter volgde dit niet.
De rechter stelde vast dat de oorzaak van het niet verrichten van arbeid in redelijkheid voor rekening van de werkgever moet komen op grond van artikel 7:628 BW Pro. De werkneemster had geen recht op een eerdere start bij een andere werkgever en de werkgever had geen recht op terugvordering van loon. Diverse loonvorderingen van de werkneemster werden toegewezen, terwijl de vordering van de werkgever tot terugbetaling werd afgewezen.
De arbeidsovereenkomst werd uiteindelijk met wederzijds goedvinden beëindigd, waarbij de kantonrechter de werkgever veroordeelde tot betaling van achterstallige looncomponenten, wettelijke rente, incassokosten en het verstrekken van bruto/netto-specificaties. De kosten van het geding kwamen voor rekening van de werkgever.
Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en bijkomende kosten wegens situatieve arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door een eenzijdig opgelegd beoordelingstraject.