ECLI:NL:RBMID:2011:BP5095
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tussentijds hoger beroep wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
In deze civiele procedure tussen eiser en de provincie Zeeland heeft de provincie verzocht om verlof voor tussentijds hoger beroep tegen een tussenvonnis van 17 november 2010. De provincie stelde dat dit in het belang van partijen was, met name om onnodige kosten van deskundigen te voorkomen. Tevens voerde zij inhoudelijke gronden aan, waaronder betwisting van de delictuele aansprakelijkheid en het causaliteitsvraagstuk.
Eiser verzette zich tegen het verzoek en stelde dat tussentijds hoger beroep juist tot hogere kosten en vertraging leidt. Ook wees hij erop dat de provincie voor het eerst aansprakelijkheid betwist, wat volgens hem te laat is. De rechtbank overwoog dat het uitgangspunt van artikel 337 lid 2 Rv Pro is dat hoger beroep tegen tussenvonnissen gelijktijdig met het eindvonnis wordt ingesteld, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen.
De rechtbank vond de aangevoerde belangen onvoldoende zwaarwegend. De vermeende kostenbesparing wegen niet op tegen de nadelen van tussentijds hoger beroep, zeker omdat de provincie zelf stelde dat het in het belang van eiser zou zijn. Nieuwe argumenten van de provincie rechtvaardigen geen uitzondering, omdat de kans op een andere beslissing door het hof niet substantieel is. Het verzoek om verlof tot tussentijds hoger beroep werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om verlof tot tussentijds hoger beroep wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.