ECLI:NL:RBMID:2011:BP5708
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot schorsing beëindiging licentie wegens niet-betaling en onrechtmatig handelen
Q Int en QFR sloten een licentieovereenkomst waarbij Q Int producten mocht verhandelen in ruil voor een vergoeding aan QFR. Q Int betaalde echter niet de verschuldigde bedragen, waarop QFR de licentie beëindigde. Q Int stelde dat zij haar betalingsverplichting had voldaan door verrekening met een vordering op QFR wegens onrechtmatig handelen van QFR-bestuurder [bestuurder 3].
Q Int voerde aan dat [bestuurder 3] als bestuurder van QFR onzorgvuldig had gehandeld door onder meer vertrouwelijke informatie te verstrekken aan de Chinese producent en contact te onderhouden met concurrent Berg Toys, waardoor Q Int schade leed. QFR betwistte dit en stelde dat zij niet bestuurder van Q Int was en dat Q Int geen voor verrekening vatbare vordering had. Ook ontkende QFR onrechtmatig te hebben gehandeld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat Q Int geen vordering op QFR had die de betalingsverplichting kon verrekenen en dat QFR de licentie rechtsgeldig had beëindigd. De stelling dat QFR onrechtmatig had gehandeld werd niet voldoende onderbouwd en daarom gepasseerd. De vorderingen van Q Int werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van Q Int worden afgewezen en de licentie is rechtsgeldig beëindigd wegens niet-betaling.