ECLI:NL:RBMID:2011:BP8101

Rechtbank Middelburg

Datum uitspraak
9 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
69787 / HA ZA 09-534
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid bij ongeval strandzeilen ondanks uitbesteding aan professionele instructeur

In deze civiele zaak vordert eiseres schadevergoeding wegens een ongeval tijdens een strandzeiluitje georganiseerd door Edudelta. Edudelta had het strandzeilen uitbesteed aan de Belgische organisatie LAZEF, die met gediplomeerde instructeurs professioneel toezicht bood. Getuigen bevestigden de professionele organisatie en begeleiding.

Eiseres stelt echter dat zij een helm met een kapotte kinband had ontvangen van de instructeur en dat zij dit aan docenten van Edudelta had gemeld, die dit bagatelliseerden. Tijdens het ongeval werd de helm van haar hoofd gestoten en kreeg zij klappen van de giek tegen haar ongehelmde hoofd en nek.

De rechtbank oordeelt dat Edudelta het bewijs heeft geleverd van uitbesteding aan een professionele organisatie, maar dat dit niet zonder meer aansprakelijkheid uitsluit. Daarom staat het eiseres vrij bewijs te leveren van onrechtmatig handelen door de docenten zelf en de toedracht van het ongeval. De rechtbank staat bewijs toe en wijst een datum voor getuigenverhoor toe, waarbij verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: Rechtbank staat eiseres toe bewijs te leveren van onrechtmatig handelen door docenten en wijst verdere beslissing aan.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK MIDDELBURG
" \* MERGEFORMAT
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 69787 / HA ZA 09-534
Vonnis van 9 maart 2011
in de zaak van
[eiseres],
wonende te Goes,
eiseres,
advocaat mr. L. Bosch te Hoorn,
tegen
de stichting
EDUDELTA ONDERWIJSGROEP,
gevestigd te Goes,
gedaagde,
advocaat mr. D.J. van der Kolk te Rotterdam.
Partijen zullen hierna [eiseres] en Edudelta genoemd worden.
De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 7 juli 2010
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 22 november 2010
- de akte overlegging productie van Edudelta
- de antwoordakte van [eiseres].
Ten slotte is vonnis bepaald.
De verdere beoordeling
Bij genoemd tussenvonnis is Edudelta toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat zij het strandzeilen heeft uitbesteed aan een ervaren en professionele (Belgische) federatie (LAZEF), die gediplomeerde instructeurs had en van waaruit professioneel toezicht en begeleiding werd gegeven. Edudelta heeft als getuigen doen horen, [A.] en [B.], respectievelijk als teamleider en als leerkracht bij haar werkzaam. [eiseres] heeft van het doen horen van getuigen in tegenverhoor afgezien. Bij haar akte heeft Edudelta nog een nader bewijsstuk overgelegd.
2.2. [A.] heeft verklaard dat hij – nadat was besloten dat op het programma van het uitje van de derde klassen van De Vliedberg op 6 juni 2002 strandzeilen zou staan – op zoek is gegaan naar een organisatie die dat zou kunnen verzorgen. Daartoe heeft hij internet geraadpleegd en vond hij de site van organisatie LAZEF, die een strandzeilschool in De Panne exploiteerde. Hij heeft van die site een uitdraai gemaakt. Op de site stond aangegeven dat de zeilschool gebruik maakte van gediplomeerde instructeurs, opgeleid door BLOSO (ondersteund door de Vlaamse overheid). Naar papieren heeft [A.] vervolgens niet gevraagd. Vervolgens was er op 6 juni 2002 een instructeur ter plaatse in De Panne aanwezig. Die instructeur gaf instructie, in de visie van [A.] op een heldere en duidelijke wijze en met kennis van zaken sprekend. [A.] verklaarde dat hij de organisatie professioneel vond. Bij haar akte heeft Edudelta nog overgelegd een afschrift van een gedeelte van een tekst met de kop “LAZEF Leren strandzeilen”, gelet op de voetnoot erop afkomstig van de site www.strandzeilen.be en uitgedraaid op 26 februari 2002. Edudelta stelt dat dit de uitdraai is waarover [A.] sprak. [eiseres] betwist dat; mede gelet op de genoemde datering van de uitdraai gaat de rechtbank er van uit dat het overgelegde stuk een kopie is van de tekst waarover [A.] verklaarde. De tekst bevat onder het kopje “b) lessen voor groepen, scholen en firma’s” onder meer de navolgende passage:
“Deze formule heeft zo’n succes dat men wel praktisch elk weekend en tal van winderige weekdagen van het jaar een groep zeilwagens over het strand ziet rijden (…).
Indien men met een groep is van minimum 6 personen dan kan een sportdag zeilwagenrijden aanvragen op een zelf gekozen datum (…). Deze initiatiedagen vinden plaats in De Panne en worden begeleid door een gediplomeerde Bloso-instructeur. (…)”
De Koster heeft verklaard dat hij van [A.] had gehoord dat deze met een Belgische instantie die standzeilen organiseerde, een contract had gesloten en dat bij het strandzeilen een instructeur ter plaatse aanwezig zou zijn. Zelf heeft hij met die organisatie geen contact gehad. Hij heeft vervolgens op 6 juni 2002 een instructeur aanwezig gezien. Uit de wijze waarop deze instructie gaf, uit het beschikbare materiaal en uit de omstandigheid dat een helm verplicht werd gesteld leidde Koster af dat de organisatie professioneel was.
2.3. Met de hiervoor weergegeven inhoud van de getuigenverklaringen en van het schriftelijke stuk – waartegen [eiseres], hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, geen tegenbewijs heeft geleverd – heeft Edudelta naar het oordeel van de rechtbank het gevraagde bewijs geleverd. Vast staat nu dat Edudelta het zeiluitje heeft uitbesteed aan de Belgische organisatie LAZEF, die toen op haar site had staan dat zij zeer geregeld strandzeilen organiseerde en dat bij haar geboekt strandzeilen werd begeleid door een gediplomeerde Bloso-instructeur. Edudelta mocht er in beginsel van uitgaan dat die mededelingen juist waren. Zoals uit de verklaringen blijkt bleek ter plaatse professioneel materiaal en een instructeur die op professionele wijze instrueerde, aanwezig (de verklaringen van de getuigen zijn op die punten onbetwist gebleven). Aldus staat ook feitelijk vast dat de organisatie waarmee Edudelta had gecontracteerd, een professionele organisatie was, die met gediplomeerde instructeurs werkte en deze op professionele wijze het strandzeilen liet begeleiden.
2.4. Zoals in het tussenvonnis van 7 juli 2010, onder 4.5, overwogen, betekent het vorenstaande niet dat Edudelta zonder meer niet aansprakelijk is voor alle door [eiseres] gestelde schade. Van belang is thans of – los van de wijze waarop LAZEF het strandzeilen begeleidde – docenten van Edudelta zelf jegens [eiseres] onrechtmatig hebben gehandeld en Edudelta aansprakelijk is voor de tengevolge van dat handelen door [eiseres] geleden schade. Zoals al in voormeld tussenvonnis overwogen, zal [eiseres] het door haar gestelde handelen van de docenten (voor zover dat gestelde handelen jegens haar onrechtmatig is) en de toedracht van het ongeval (voor zover die toedracht in onlosmakelijke samenhang met het gestelde onrechtmatige handelen van de docenten tot schade heeft geleid) dienen te bewijzen. Concreet betekent dat, dat zij bewijs zal dienen te leveren van haar stellingen:
a) dat zij van de instructeur een helm met een kapotte kinband had gekregen, dat zij dat tegen docenten van Edudelta, waaronder de docente, heeft gezegd en dat die docenten toen tegen haar hebben gezegd dat dat wel goed was, omdat er toch niets zou gebeuren, en
b) dat tijdens het ongeval de helm van haar hoofd is gestoten en zij vervolgens klappen van de giek heeft gekregen tegen haar nek en (ongehelmde) hoofd.
De rechtbank zal [eiseres] tot voornoemd bewijs toelaten en iedere verdere beslissing aanhouden.
De beslissing
De rechtbank
laat [eiseres] toe te bewijzen:
a) dat zij van de instructeur een helm met een kapotte kinband had gekregen, dat zij dat tegen docenten van Edudelta, waaronder de docente, heeft gezegd en dat die docenten toen tegen haar gezegd dat dat wel goed was, omdat er toch niets zou gebeuren, en
b) dat tijdens het ongeval de helm van haar hoofd is gestoten en zij vervolgens klappen van de giek heeft gekregen tegen haar nek en (ongehelmde) hoofd;
bepaalt – voor het geval [eiseres] het haar toegelaten bewijs (mede) wil leveren door het horen van getuigen – dat het getuigenverhoor zal worden gehouden op een nader te bepalen tijdstip in het gerechtsgebouw te Middelburg aan de Kousteensedijk 2, tegenover mr. S.M.J. van Dijk;
verwijst de zaak naar de rolzitting van deze rechtbank van woensdag 23 maart 2011 voor dagbepaling enquête;
bepaalt dat [eiseres] indien mogelijk tevoren per brief aan de griffie van de rechtbank, maar uiterlijk op genoemde rolzitting, de verhinderdata van alle betrokkenen dient op te geven alsmede het aantal getuigen dat zij voornemens is te doen horen;
indien [eiseres] het haar toegelaten bewijs (mede) wil leveren met bescheiden, dan dient zij die stukken op voormelde rolzitting over te leggen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.J. van Dijk en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2011.