ECLI:NL:RBMID:2011:BQ2355
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.M. Steenbeek
- H.A. Witsiers
- E.K. van der Lende-Mulder Smit
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocaat en curator bij verkoop verjaarde vordering uit faillissement
De zaak betreft een geschil over aansprakelijkheid van een advocaat en een curator bij de verkoop van een vordering uit een faillissement die op het moment van verkoop reeds verjaard was. De cliënt kocht op advies van zijn advocaat een vordering die volgens het overeenkomstenrecht een verjaringstermijn van twee jaar kende. De advocaat probeerde de korte verjaringstermijn te omzeilen via onrechtmatige daad, maar dit werd door de Hoge Raad verworpen.
De rechtbank stelde vast dat zowel de advocaat als de curator hadden moeten weten dat de vordering verjaard was. De curator had nagelaten de verjaring te stuiten en had onvoldoende medegedeeld over de verjaring aan de koper en de advocaat. De advocaat had onvoldoende onderzoek gedaan naar de verjaring en had de cliënt niet adequaat gewaarschuwd voor het risico van verjaring bij aankoop van de vordering.
De rechtbank verdeelde de aansprakelijkheid tussen de advocaat en de curator, waarbij de advocaat 75% van de schade draagt en de curator 25%. De gevorderde schadevergoeding werd beperkt tot de kosten van de eerste aanleg; proceskosten van hoger beroep en cassatie werden afgewezen omdat het procesrisico bij de cliënt lag. De vordering tot hoofdelijke aansprakelijkheid werd afgewezen en de curator werd niet in persoon aansprakelijk gehouden, maar alleen in zijn hoedanigheid van curator.
Uitkomst: Advocaat en curator zijn aansprakelijk voor verkoop van verjaarde vordering, met aansprakelijkheid verdeeld 75% advocaat en 25% curator; alleen kosten eerste aanleg worden vergoed.