ECLI:NL:RBMID:2011:BR0396
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot vestiging vruchtgebruik op nalatenschapsgoederen door echtgenote wegens behoefte
De zaak betreft een vordering van de echtgenote van de overleden erflater tot het vestigen van een vruchtgebruik op goederen uit de nalatenschap. De echtgenote stelt dat zij niet in haar eigen levensonderhoud kan voorzien en geen pensioen ontvangt, waardoor zij behoefte heeft aan het vruchtgebruik. De erfgenamen, de kinderen van de erflater, betwisten deze behoefte en wijzen onder meer op de verkoop van de echtelijke woning en het lagere levensonderhoudsniveau in Panama.
De kantonrechter overweegt dat voor het beoordelen van de behoefte aan vruchtgebruik alle financiële omstandigheden van belang zijn. De echtgenote moet aannemelijk maken dat zij het vruchtgebruik nodig heeft, waarbij de algemene stelling dat zij moeilijk werk kan vinden onvoldoende is. De korte duur van het huwelijk en het feit dat zij voor het huwelijk in haar levensonderhoud kon voorzien, spelen hierbij een rol.
De rechtbank acht zich niet voldoende ingelicht over onder meer de voorziening in het levensonderhoud van de echtgenote vóór de relatie met de erflater en de opbrengst van de woning. Daarom wordt een verschijning gelast waarbij partijen aanvullende inlichtingen moeten verstrekken en tevens wordt geprobeerd het geschil door middel van een schikking op te lossen. Indien de echtgenote niet naar Nederland kan komen, kan zij zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.
De zitting is bepaald op een nader te bepalen datum, waarbij partijen hun verhinderingen moeten opgeven. De rechtbank houdt verdere beslissing aan totdat deze aanvullende informatie is verkregen.
Uitkomst: De rechtbank gelast partijen tot het verstrekken van aanvullende inlichtingen en het beproeven van een schikking, en houdt verdere beslissing aan.