ECLI:NL:RBMID:2011:BR1554
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J.M. Klarenbeek
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsrelatie met vergoeding
De zaak betreft een verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen, waarbij de eiser primair een verklaring voor recht vroeg dat de arbeidsovereenkomst reeds was geëindigd. Dit verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard omdat een dergelijke vordering bij dagvaarding moet worden ingesteld en er geen relevant belang meer was. Tevens werd in een gelijktijdig behandeld kort geding de stelling dat de arbeidsovereenkomst was geëindigd verworpen.
De arbeidsovereenkomst was aangegaan voor onbepaalde tijd met een bruto maandloon van €1.424,40. De eiser verzocht om ontbinding wegens een verstoorde arbeidsrelatie, waarbij de verstandhouding tussen partijen zodanig was verstoord dat vruchtbare samenwerking niet meer mogelijk was. De kantonrechter achtte dit aannemelijk en oordeelde dat ontbinding op grond van veranderde omstandigheden gerechtvaardigd was.
De kantonrechter kende aan de werknemer een vergoeding toe van €1.153,76 bruto, gebaseerd op een correctiefactor van 0,5 vanwege de onduidelijkheid over verwijtbaarheid. De eiser kreeg gelegenheid het verzoek in te trekken; bij intrekking zou hij de proceskosten van de werknemer moeten vergoeden. Bij ontbinding dragen partijen ieder hun eigen proceskosten. De beschikking werd uitgesproken op 4 mei 2011.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 19 mei 2011 met een bruto vergoeding van €1.153,76 aan de werknemer.