ECLI:NL:RBMID:2011:BR2207

Rechtbank Middelburg

Datum uitspraak
28 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
210901
Instantie
Rechtbank Middelburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.J.M. Klarenbeek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:240 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering huurders tegen kosten CV-onderhoud als onderdeel servicekosten

De huurders van appartementen aan een adres in Middelburg stelden zich op het standpunt dat de kosten voor het periodiek onderhoud van de CV-ketel niet tot het servicekostenpakket behoorden en dus niet aan hen mochten worden doorberekend. Zij baseerden zich daarbij op artikel 7:240 BW Pro en het daarop gebaseerde Besluit kleine herstellingen, waarin periodiek onderhoud van de CV-ketel niet expliciet is opgenomen.

De huurders hadden zich eerder tot de Huurcommissie gewend, die hun bezwaar tegen de afrekening van de servicekosten in 2007 en 2008 ongegrond verklaarde. De rechtbank bevestigt deze uitspraak en stelt vast dat in de individuele huurovereenkomsten de kosten voor CV-onderhoud wel zijn opgenomen in het servicekostenpakket.

De rechtbank oordeelt dat een redenering a contrario op basis van het Besluit kleine herstellingen niet kan leiden tot het buiten toepassing laten van een duidelijke contractuele regeling. De opsomming in het Besluit is niet limitatief en laat ruimte voor interpretatie. Bovendien is er geen landelijke jurisprudentie die het doorberekenen van deze kosten aan huurders verbiedt.

Daarom wijst de rechtbank de vordering van de huurders af en veroordeelt hen in de proceskosten van de stichting, begroot op €120,-. De veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vordering van de huurders wordt afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG
Sector kanton
Locatie Middelburg
zaak/rolnr.: 210901 / 10-4766
vonnis van de kantonrechter d.d. 28 maart 2011
in de zaak van
[huurder 1],
[huurder 2],
[huurder 3], en
[huurder 4]
allen wonende te [adres],
eisende partij,
tezamen te noemen: de huurders,
gemachtigde: mr. M.W. Dieleman,
t e g e n :
de stichting
Stichting Woningmaatschap [plaats],
gevestigd te [adres],
gedaagde partij,
verder te noemen: de stichting,
gemachtigde: mr. T. de Nijs.
het verloop van de procedure
De procedure is als volgt verlopen:
- dagvaarding van 14 oktober 2011,
- conclusies van antwoord, repliek en dupliek.
de beoordeling van de zaak
1. De appartementen aan de [adres], flats [nummers] worden door de huurders gehuurd van de stichting. De huurders hebben zich op 3 maart 2010 tot de Huur-commissie gewend omdat zij het er niet mee eens waren dat in de afrekening servicekosten van 2007 en 2008 de kostenpost CV-onderhoud is opgenomen. [Huurder 4] heeft alleen bezwaar gemaakt tegen de afrekening servicekosten van 2007. Bij uitspraak van 14 juli 2010, verzonden op 20 augustus 2010, heeft de Huurcommissie de huurders in het ongelijk gesteld.
2. De huurders hebben bij dagvaarding d.d. 14 oktober 2011 gevorderd de service-kosten voor 2007 en 2008 vast te stellen zonder de kostenpost CV-onderhoud, een en ander zoals in de dagvaarding omschreven. De stichting heeft deze vordering bestreden.
3. De huurders beroepen zich op een vonnis van de kantonrechter te Middelburg d.d. 12 januari 2009 LJN BK 3750. Dat ging echter om een geval waarin eerder geen kosten van CV-onderhoud door de verhuurder waren berekend. De verhuurder had verzuimd een wijziging van het servicekostenpakket aan de huurder voor te stellen.
4. In dit geval echter zijn de kosten CV-onderhoud altijd wel berekend. Deze kosten zijn in de individuele huurovereenkomsten opgenomen in het servicekostenpakket. De huur-ders hebben aangevoerd dat dit buiten beschouwing moet blijven gelet op artikel 7:240 BW Pro. Van het daarop gebaseerde Besluit kleine herstellingen kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken. In punt i van de bijlage van dit Besluit is periodiek serviceonderhoud van de CV-ketel niet opgenomen. De huurders menen dat daaruit a contrario afgeleid kan worden dat het niet de bedoeling van de wetgever was dat dit onder het huurdersonderhoud zou vallen.
5. Een redenering a contrario behoort in dit geval niet gevolgd te worden aangezien de opsomming in het Besluit kleine herstellingen niet limitatief is. Het Besluit kleine herstel-lingen laat op het punt van periodiek serviceonderhoud van de CV-ketel ruimte voor verschillende interpretaties. Reeds daarom kan niet worden aanvaard dat een duidelijke contractuele regeling buiten toepassing zou blijven. Daar komt nog bij dat de Huurcommissie heeft overwogen dat het vonnis d.d. 12 januari 2009 op zichzelf staat en dat er geen landelijke trend van uitspraken van kantonrechters is, inhoudende dat de kosten van periodiek onderhoud aan een individuele CV-installatie niet op huurders mogen worden verhaald indien partijen dit contractueel zijn overeengekomen. De kantonrechter onderschrijft deze opvatting van de Huurcommissie.
6. De conclusie is dat de vordering moet worden afgewezen en dat de huurders in de proceskosten moeten worden veroordeeld.
de beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt de huurders in de kosten van het geding, welke aan de zijde van de stichting tot op heden worden begroot op € 120,- wegens salaris van de gemachtigde van de stichting;
verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Klarenbeek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 maart 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.