ECLI:NL:RBMID:2011:BR3921
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderbijdrage aan de zijde van de vader voor minderjarig kind
De rechtbank Middelburg behandelde een verzoek tot vaststelling van kinderbijdrage door de vader ten behoeve van zijn minderjarige kind, geboren in 2006. De vader woonde in Barcelona en de moeder in Nederland. De rechtbank bepaalde de ingangsdatum van de kinderbijdrage op 25 maart 2009, de datum van het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, omdat de vader pas vanaf dat moment redelijkerwijs rekening kon houden met de onderhoudsplicht.
De behoefte van het kind werd vastgesteld aan de hand van de Tremanormen, waarbij het gemiddelde werd genomen van de behoefte berekend op basis van het inkomen van de vader en dat van de moeder ten tijde van de geboorte. De vader had een bruto inkomen van €30.480 in 2006, wat resulteerde in een behoefte van €214 per maand; de moeder had geen inkomen en werd geacht te leven op bijstandsniveau, wat resulteerde in een behoefte van €95 per maand. Het gemiddelde van €154,50 werd geïndexeerd naar 2009 tot €167 per maand.
De draagkracht van de vader werd vastgesteld voor twee periodes: van 25 maart 2009 tot 1 april 2011 op €656 per maand en vanaf 1 april 2011 op €1.111 per maand, rekening houdend met zijn inkomen en lasten. De draagkracht van de moeder werd vastgesteld op nul tot 1 januari 2010 en daarna €113 per maand. Op basis hiervan werd de kinderbijdrage voor de vader vastgesteld op €167 per maand tot 1 januari 2010, €142 per maand tot 1 april 2011 en €152 per maand vanaf die datum.
De rechtbank veroordeelde de vader tevens tot betaling van administratieve kosten van €100 voor een niet uitgevoerd deskundigenonderzoek en bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: De rechtbank stelde de kinderbijdrage van de vader vast op verschillende bedragen per periode vanaf 25 maart 2009 en veroordeelde hem tot betaling van administratieve kosten.