ECLI:NL:RBMID:2011:BR4298
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontheffing moeder van gezag en benoeming pleegmoeder tot voogd over minderjarige
De rechtbank Middelburg heeft op 5 januari 2011 uitspraak gedaan in een zaak waarbij de Raad voor de Kinderbescherming verzocht om de moeder te ontheffen van het ouderlijk gezag over haar 11-jarige zoon die in een pleeggezin verblijft. De moeder kon door persoonlijke problematiek niet voor het kind zorgen, waardoor het belang van het kind bij ontheffing van het gezag werd vastgesteld.
De Raad verzocht Bureau Jeugdzorg (BJZ) als voogd aan te wijzen, maar de pleegouders en moeder wilden dat de pleegmoeder de voogdij zou krijgen. Er was sprake van spanningen tussen BJZ en de pleegouders, mede door het verleden van de zoon van de pleegouders die strafrechtelijk was veroordeeld. De rechtbank oordeelde dat een psychodiagnostisch onderzoek niet nodig was omdat het kind zich goed had ontwikkeld in het pleeggezin en er geen concrete aanwijzingen waren voor onveiligheid.
De rechtbank benadrukte het belang van continuïteit en hechting voor het kind en wees het verzoek van BJZ af om het kind uit het pleeggezin te halen. De pleegmoeder werd benoemd tot voogd, waarmee het belang van het kind het beste werd gediend. De moeder werd tevens veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording over het gevoerde bewind.
Uitkomst: Moeder ontheven van gezag en pleegmoeder benoemd tot voogd over het kind.