ECLI:NL:RBMID:2011:BT5885
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongerechtvaardigde verrijking door niet opgedragen autowerkzaamheden en schadevergoeding
In deze zaak vordert eiseres betaling van facturen voor werkzaamheden aan een auto van gedaagde, die niet volledig waren opgedragen. Na het tussenvonnis liet eiseres de primaire grondslag van de vordering vallen en baseerde zij haar vordering op ongerechtvaardigde verrijking.
Gedaagde betwistte de omvang van de werkzaamheden en stelde dat alleen beperkte reparaties waren afgesproken. De kantonrechter concludeerde dat gedaagde op de hoogte was van een prijsindicatie rond €2.000 en dat er geen sprake was van een hem opgedrongen prestatie.
De schadevergoeding werd bepaald door de waardevermeerdering van de auto te schatten: de dagwaarde voor de werkzaamheden werd vastgesteld op €2.000 en na de werkzaamheden op circa €4.500. De verrijking van gedaagde bedroeg aldus €2.500, welk bedrag aan eiseres werd toegewezen met wettelijke rente vanaf 10 september 2010.
De vordering tot incassokosten werd afgewezen omdat de oorspronkelijke opdracht niet was erkend. Proceskosten werden verdeeld, ieder draagt eigen kosten. De vordering tot hoofdelijke aansprakelijkheid werd toegewezen omdat gedaagde en zijn echtgenote een maatschap vormen en geen bezwaar werd gemaakt.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en meer of anders gevorderde zaken werden afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €2.500 schadevergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking met wettelijke rente vanaf 10 september 2010.