ECLI:NL:RBMID:2011:BU3372
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Nomes
- Haesen
- Batenburg-van Rijswijk
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende overtuigend bewijs in moordzaak met betwiste bekentenis
De rechtbank Middelburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van moord en mishandeling van het slachtoffer in oktober 2010. Verdachte had aanvankelijk bekennende verklaringen afgelegd, maar trok deze later in. Het bewijs bestond uit verklaringen van verdachte, getuigenverklaringen, forensische rapporten en technische onderzoeken.
De officier van justitie stelde dat de bekentenis en ondersteunende bewijzen voldoende waren voor een veroordeling, terwijl de verdediging betoogde dat de bekentenis onbetrouwbaar was vanwege pressie en tegenstrijdigheden met technisch bewijs. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van ongeoorloofde pressie en dat het bewijs wettig was, maar dat er serieuze twijfel bestond over de waarheid van de bekentenis.
De rechtbank benadrukte dat verdachte mogelijk een motief had om de schuld op zich te nemen om haar partner te beschermen. Er waren meerdere scenario's mogelijk, waaronder dat de partner de dader was. De technische en medische bevindingen sloten geen enkel scenario uit. Gezien de twijfel over de daderschap en het ontbreken van sluitend bewijs, sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs en twijfel over haar daderschap.