ECLI:NL:RBMID:2011:BU9796
Rechtbank Middelburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bank mocht kredietrelatie niet opzeggen zonder deugdelijke ingebrekestelling
UTT, een beheermaatschappij actief in de handel in non-ferro metalen, had een kredietfaciliteit bij Rabobank die in mei 2011 door de bank werd opgezegd met een opzegtermijn van drie maanden. Rabobank beriep zich op een onherstelbare vertrouwensbreuk door het gedrag van de bestuurder van UTT, terwijl UTT stelde dat zij nooit in gebreke was gesteld en dat de opzegging disproportioneel en onredelijk was.
De rechtbank stelt vast dat Rabobank geen ingebrekestelling heeft gedaan en dat de algemene voorwaarden geen uitzondering bieden op deze vereiste. De kredietwaardigheid van UTT stond niet ter discussie en er was geen sprake van tekortkoming in nakoming. De bank kon de overeenkomst daarom niet rechtsgeldig opzeggen zonder ingebrekestelling.
Daarnaast weegt de voorzieningenrechter de belangen af en concludeert dat de beëindiging van de financiering voor UTT onevenredige gevolgen zou hebben, aangezien het krediet noodzakelijk is voor haar kernactiviteiten en het verkrijgen van alternatieve financiering onmogelijk is gebleken. De bank heeft onvoldoende zwaarwegende gronden voor opzegging en handelt in strijd met de redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank veroordeelt Rabobank tot nakoming van de financieringsovereenkomst en legt een dwangsom op bij niet-nakoming. De bank wordt tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Rabobank is veroordeeld tot nakoming van de financieringsovereenkomst en betaling van een dwangsom bij niet-nakoming.