ECLI:NL:RBMID:2012:BW8405
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Ploeg-Hogervorst
- Klarenbeek
- Van Zinnen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verkrachting met DNA-bewijs en getuigenverklaringen
Op 10 december 2011 werd het slachtoffer in Vlissingen slachtoffer van een verkrachting waarbij verdachte betrokken was. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte het slachtoffer onder bedreiging met een mes had gedwongen tot seksuele handelingen, waaronder het inbrengen van vingers in de vagina van het slachtoffer. Hoewel verdachte ontkende en stelde dat het DNA op de slip van het slachtoffer door een derde was aangebracht, wees de rechtbank dit verweer af op grond van een volledige DNA-match en aanvullende bewijzen zoals getuigenverklaringen en camerabeelden.
Getuigeverklaringen, onder meer van een getuige die verdachte herkende op een politiefoto, en het etniciteitsonderzoek van het DNA ondersteunden de bewijsvoering. De rechtbank sprak verdachte vrij van het bewijs van penetratie met de penis wegens onvoldoende bewijs. De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit, het gebruikte geweld, de tijdstippen en het feit dat verdachte onbekend was bij het slachtoffer.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 24 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, zonder voorwaardelijke straf. Tevens werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €3.938,80 aan het slachtoffer, inclusief materiële en immateriële schade. Het gebruikte mes werd onttrokken aan het verkeer en diverse in beslag genomen goederen werden teruggegeven aan de rechthebbenden.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf wegens verkrachting met aftrek van voorarrest.