ECLI:NL:RBMID:2012:BX3747
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voornaamswijziging transgender na eerdere wijziging terug naar oorspronkelijke mannelijke voornamen
Verzoeker, geboren als man met mannelijke voornamen, had in 1984 zijn voornamen gewijzigd in vrouwelijke voornamen vanwege zijn transgenderstatus. Hoewel zijn geslacht formeel mannelijk bleef, leefde hij lange tijd als vrouw. Sinds 2006 leeft hij weer als man en ondervindt hij hinder van zijn vrouwelijke voornamen in combinatie met zijn mannelijke geslachtsaanduiding en verschijning.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1:4 lid 4 BW Pro een voornaamswijziging kan worden gelast indien er een zwaarwichtig belang bestaat. Verzoeker heeft aannemelijk gemaakt dat zijn situatie dit belang rechtvaardigt, mede omdat de vrouwelijke voornamen in combinatie met zijn mannelijke geslacht identificatieproblemen veroorzaken en als ongepast kunnen worden beschouwd volgens artikel 1:4 lid 2 BW Pro.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker zwaarder dan het belang van naamconsistentie in het rechtsverkeer, mede gezien het gebruik van het burgerservicenummer in de administratie. De gevraagde wijziging naar de oorspronkelijke mannelijke voornamen is niet ongepast en wordt daarom toegestaan.
Uitkomst: De rechtbank gelast de wijziging van de vrouwelijke voornamen van verzoeker terug naar zijn oorspronkelijke mannelijke voornamen.