ECLI:NL:RBMID:2012:BX5083
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Loondoorbetaling bij ziekte na cosmetische ingreep en opzet werknemer
De zaak betreft een principiële vraag over loondoorbetaling bij ziekte na een cosmetische ingreep. Partijen hebben een arbeidsovereenkomst waarbij de CAO Recreatie van toepassing is. Werknemer [verzoekster 2] onderging twee cosmetische ingrepen en meldde zich ziek, maar werkgever [verzoekster 1] accepteerde deze ziekmelding niet en bracht de uren in mindering op het verlofsaldo.
De kantonrechter stelt vast dat tijdens de ingreep zelf geen sprake is van ziekte, maar dat de herstelperiode als ziekte kan worden aangemerkt indien de werknemer door lichamelijke toestand verhinderd is te werken. Artikel 7:629 BW Pro maakt geen onderscheid naar oorzaak van ziekte. Wel is van belang of de ziekte door opzet van de werknemer is veroorzaakt, wat het geval is als de werknemer zeker weet dat hij door de ingreep tijdelijk arbeidsongeschikt zal zijn.
Er is een uitzondering als complicaties optreden die niet normaal te verwachten zijn. De medische noodzaak van de ingreep is relevant voor de loondoorbetalingsverplichting, maar de vergoeding door een verzekeraar is niet doorslaggevend. De kantonrechter kan geen oordeel geven over de medische noodzaak zonder bedrijfsartsrapport en kan slechts in individuele gevallen beslissen.
De zaak wordt verwezen naar een volgende rolzitting voor nadere vraagstelling. Partijen kunnen schriftelijk laten weten of zij verdere vragen wensen. De kantonrechter houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: De kantonrechter wijst het verzoek om een principiële uitspraak af en houdt de zaak aan voor nadere vraagstelling en individuele beoordeling.