ECLI:NL:RBMID:2012:BX7937
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- E.K. van de Lende-Mulder Smit
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd in vordering nakoming ouderschapsplan bij verblijf kind in België
Partijen, voormalig gehuwd en gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over een minderjarig kind, zijn in geschil geraakt over de omgangsregeling. Het kind verblijft bij de moeder in België, terwijl de vader vordert dat de moeder de omgangsregeling nakomt zoals vastgelegd in het ouderschapsplan, met name het brengen en halen van het kind op vrijdag en zondag.
De vader baseert zijn vordering op artikel 12 lid 3 van Pro de EG-verordening Brussel IIbis, die onder bepaalde voorwaarden de Nederlandse rechter bevoegd kan maken. De moeder betwist de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en stelt dat zij de bevoegdheid niet aanvaardt. Daarnaast voert zij aan dat zij door medische redenen niet in staat is het kind te brengen of halen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het kind zijn gewone verblijfplaats in België heeft en dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 8 lid 1 Brussel Pro IIbis niet bevoegd is. Omdat de moeder de bevoegdheid van de Nederlandse rechter niet aanvaardt, is ook artikel 12 lid 3 niet Pro van toepassing. Daarom verklaart de voorzieningenrechter zich onbevoegd.
De voorzieningenrechter veroordeelt de vader in de proceskosten, begroot op € 1.076,00, omdat hij grotendeels in het ongelijk is gesteld.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd en veroordeelt de vader in de proceskosten.