ECLI:NL:RBMID:2012:BY4216
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vonnis over vernietigbaarheid echtscheidingsconvenant en levering voormalige echtelijke woning
Partijen zijn gewezen echtgenoten die op 16 december 2009 zijn gescheiden na het opstellen van een echtscheidingsconvenant. Dit convenant bevatte onder meer de toedeling van de voormalige echtelijke woning aan de vrouw, onder de verplichting dat zij de hypotheeklasten zou dragen. De man weigerde echter medewerking aan de levering van de woning, waarop de vrouw een procedure startte om hem daartoe te veroordelen.
De man stelde dat het convenant vernietigbaar was wegens benadeling, dwaling en bedrog, met name omdat hij meende recht te hebben op een deel van de overwaarde van de woning. De rechtbank oordeelde dat de man onvoldoende had gesteld en bewezen dat hij meer dan een vierde deel benadeeld was, zoals vereist op grond van artikel 3:196 BW Pro. Ook was niet vastgesteld dat sprake was van dwaling of bedrog.
De rechtbank veroordeelde de man daarom tot medewerking aan de levering van de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. Indien hij niet zou meewerken, zou het vonnis dezelfde kracht krijgen als een notariële akte en voor inschrijving in de openbare registers vatbaar zijn. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de ex-echtgenoot tot medewerking aan de levering van de voormalige echtelijke woning en wijst het beroep op vernietiging van het convenant af.