De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor twee bedreigingen gericht tegen personeelsleden van een psychiatrische instelling. Het eerste feit betreft een bedreiging van een psychiater met een misdrijf tegen het leven, waarbij verdachte dreigende woorden gebruikte die de psychiater daadwerkelijk deden vrezen voor zijn leven. Het tweede feit betreft bedreigingen met een tot steekwapen verbogen vork gericht op meerdere medewerkers, die zich hierdoor daadwerkelijk bedreigd voelden.
De verdediging betwistte de bewijslast, met name of de bedreigingen wettig en overtuigend bewezen konden worden, en voerde aan dat de psychiater een dikkere huid zou moeten hebben en dat het vasthouden van een vork langs het lichaam geen bedreiging kon vormen. De rechtbank verwierp deze verweren op grond van getuigenverklaringen en de context, waaronder de voorgeschiedenis van verdachte.
De rechtbank achtte beide feiten wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 120 dagen, met aftrek van het voorarrest. De straf houdt rekening met de ernst van de bedreigingen, de persoon van verdachte en eerdere veroordelingen. Tevens is een opname in een kliniek voor intensieve behandeling voorzien vanaf 19 juli 2013.
De rechtbank wees een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf af om de behandeling in de kliniek te kunnen laten aanvangen. De uitspraak werd gewezen door de meervoudige strafkamer op 5 juli 2013.