De werknemer trad in juli 2010 in dienst bij RES als marketing coördinator met een concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst. In de zomer van 2012 werd een verbetertraject gestart dat positief werd afgerond. Eind november 2012 gaf de werknemer in een e-mail aan na te denken over een overstap naar een concurrent, AppSense, en vroeg zij om duidelijkheid over het concurrentiebeding.
In december 2012 kwam dit onderwerp ter sprake in gesprekken waarbij RES besloot de werknemer aan het concurrentiebeding te houden en haar vrijstelde van werkzaamheden. RES verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens het verzwegen sollicitatieproces bij de concurrent, vermeende onbetrouwbaarheid en vertrouwensbreuk.
De kantonrechter oordeelde dat hoewel de werknemer niet open was over haar sollicitatie, er onvoldoende bewijs was dat zij met kwade bedoelingen handelde of RES wilde benadelen. Het opvragen van klantgegevens viel binnen haar werkzaamheden en er was geen bewijs dat zij vertrouwelijke informatie had misbruikt.
De schimmigheid rond de overstap werd toegeschreven aan angst voor onzekerheid en concurrentie. Dit rechtvaardigde geen ontbinding. Het verzoek werd afgewezen en RES werd veroordeeld in de proceskosten ten gunste van de werknemer.