Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring
- de incidentele antwoordconclusies.
Rechtbank Midden-Nederland
ABN AMRO Bank verhoogde in april 2012 de renteopslag op Euriborhypotheken, wat door Stichting SDB namens klanten werd aangevochten. Stichting SDB vorderde onder meer dat de verhogingen onrechtmatig waren en dat de reeds geïncasseerde bedragen moesten worden terugbetaald.
ABN AMRO Bank stelde dat alleen de rechtbank Amsterdam bevoegd was, omdat het beleid en de communicatie over de opslagverhoging vanuit het hoofdkantoor in Amsterdam plaatsvonden. Stichting SDB betoogde dat de rechtbank Midden-Nederland bevoegd was op grond van artikel 102 Rv Pro, omdat zij in Utrecht is gevestigd en dit de plaats is waar de schade zich zou hebben voorgedaan.
De rechtbank oordeelde dat artikel 102 Rv Pro, dat gebaseerd is op het EEX-Verdrag, geen bevoegdheid verleent aan de rechtbank Midden-Nederland omdat het schadebrengende feit (de beleidswijziging) in Amsterdam is genomen en dat zuivere vermogensschade op de plaats waar die schade intreedt onvoldoende is voor bevoegdheid. De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd en verwees de zaak naar de rechtbank Amsterdam.
Stichting SDB werd veroordeeld in de kosten van het incident. De beslissing werd uitgesproken door rechter S.C. Hagedoorn op 24 juli 2013.
Uitkomst: De rechtbank Midden-Nederland verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Amsterdam.