Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
Zij hoorde de gezette man vervolgens schreeuwen: “help me dan, hij heeft een mes, hij heeft een mes.” [getuige] verklaart dat zij de angst in zijn stem hoorde.” Zij had het gevoel dat de tengere man de agressor was en dat de gezette man probeerde te vluchten. [6]
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid
7.Motivering van de straffen en maatregelen
- de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 19 april 2013, waaruit blijkt dat de verdachte eerder wegens een geweldsdelict is veroordeeld.
- de inhoud van het verdachte betreffend ProJustitia rapport van het Pieter Baan Centrum, Psychiatrische Observatiekliniek te Utrecht, waaruit de conclusie volgt dat betrokkene niet heeft meegewerkt aan het onderzoek en beperkt aanwezig was op de afdeling/bij groepsactiviteiten, waardoor niet vastgesteld kon worden of ten tijde van het delict sprake was van een gebrekkige ontwikkeling dan wel een ziekelijke stoornis van de geestesvermogens. Derhalve kon geen advies gegeven worden ten aanzien van (de mate van) toerekeningsvatbaarheid, recidiverisico of mogelijke maatregel.
8.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
[slachtoffer]vordert een schadevergoeding van € 12.037,40, te weten € 3.037,40 aan materiële schade (kleding, medische kosten, verlies van arbeidsvermogen, reiskosten) en € 9.000,00 aan immateriële schade. Hij heeft zijn vordering, (voor wat betreft het verlies aan arbeidsvermogen) ter terechtzitting gematigd en toegelicht.
,levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
24 maanden.
12 maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
3 (drie) jarenvast.
[slachtoffer]toe tot een bedrag van € 4.012,42 (zegge vierduizend twaalf euro en tweeënveertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
BIJLAGE : De tenlastelegging