Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Rekestnummer: 13/1413
Rechtbank Midden-Nederland
Op 2 juni 2013 werd klager betrapt op het rijden met een snelheid van 173 km/u waar een maximumsnelheid van 120 km/u gold, wat een overschrijding van 53 km/u betekent. Hierop werd het rijbewijs ingevorderd en op 5 juni 2013 besloot de officier van justitie tot inhouding van het rijbewijs voor twee maanden.
Klager diende een klaagschrift in tegen de invordering en inhouding van zijn rijbewijs. De rechtbank nam kennis van het dossier en oordeelde dat de invordering en inhouding op grond van artikel 164 Wegenverkeerswet Pro 1994 terecht waren, gezien de ernstige snelheidsovertreding.
Echter, de rechtbank hield rekening met het feit dat klager niet eerder voor een soortgelijke overtreding was veroordeeld en dat hij zijn rijbewijs nodig had voor zijn werk als vertegenwoordiger in ICT-diensten. De rechtbank achtte aannemelijk dat klager zijn baan zou verliezen zonder rijbewijs en achtte daarom het voortduren van de inhouding niet proportioneel.
Daarom verklaarde de rechtbank het beklag gegrond en gelastte de onmiddellijke teruggave van het rijbewijs aan klager.
Uitkomst: Het beklag is gegrond verklaard en het rijbewijs is aan klager teruggegeven.