ECLI:NL:RBMNE:2013:3142

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
9 juli 2013
Publicatiedatum
2 augustus 2013
Zaaknummer
16-710809-10
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • C.A.M. van Straalen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 SvArt. 591a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger dan gebruikelijke vergoeding na voorlopige hechtenis en verzekering

Verzoeker heeft twee verzoekschriften ingediend op grond van artikel 89 en Pro 591a van het Wetboek van Strafvordering. Het eerste verzoek betreft een vergoeding voor schade geleden door ondergane verzekering en voorlopige hechtenis, het tweede betreft vergoeding van kosten voor de raadsman.

De rechtbank stelt vast dat verzoeker 73 dagen in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 3 dagen in een politiebureau, 42 dagen in beperkingen in een huis van bewaring en 28 dagen zonder beperkingen. De voorlopige hechtenis is opgeheven op 30 juli 2010 en op 28 januari 2013 is kennisgeving van niet verdere vervolging verzonden.

De rechtbank kent een vergoeding toe van €6.965,- voor de detentiedagen, gebaseerd op gebruikelijke forfaitaire bedragen, maar wijst een hoger bedrag af omdat de door verzoeker gestelde extra schade, zoals aantasting van eer en goede naam en problemen bij het zoeken naar werk, niet als rechtstreeks gevolg van de detentie wordt gezien.

Daarnaast wordt een vergoeding van €550,- toegekend voor de kosten van de raadsman voor het opstellen en mondeling toelichten van het verzoekschrift. De totale vergoeding bedraagt daarmee €7.515,-. Verzoeker is niet verschenen tijdens de behandeling.

Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van €6.965,- voor voorlopige hechtenis en €550,- voor raadsman, hoger bedrag afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht
Parketnummer: 16/710809-10
Rekestnummer: 13/913 en 13/914
Beschikking van de enkelvoudige raadkamer in strafzaken, op de op 9 april 2013 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschriften, op grond van het bepaalde in de artikelen 89 (rekestnummer 13/913) en 591a (rekestnummer 13/914) van het Wetboek van Strafvordering (Sv), van

[verzoeker], (hierna te noemen: verzoeker),

geboren te[geboorteplaats] op[geboortedatum],
wonende te [woonplaats],
domicilie kiezende ten kantore van diens raadsman, mr. E.D. Bokhorst, advocaat te Veenendaal.
De verzoekschriften zijn in openbare raadkamer behandeld op 25 juni 2013.
Gehoord zijn de officier van justitie en de raadsvrouw, mr. C.M. Bast, advocaat te Veenendaal, die verklaart waar te nemen voor mr. Bokhorst voornoemd.
Verzoeker is, alhoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Het verzoekschrift ex artikel 89 Sv Pro strekt er toe dat de rechtbank een vergoeding toekent voor de schade die verzoeker tengevolge van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis stelt te hebben geleden tot een bedrag van € 20.895.
Het verzoekschrift ex artikel 591a Sv strekt er toe dat de rechtbank een vergoeding toekent voor de kosten van de raadsman voor het opstellen, indienen en mondeling behandelen van het verzoekschrift.
De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van het dossier in de strafzaak tegen verzoeker als verdachte (met opgemeld parketnummer), van het schriftelijk advies van de officier van justitie d.d. 21 juni 2013 en van voornoemde verzoekschriften.
De rechtbank gaat bij de beoordeling van de onderhavige verzoeken uit van de navolgende feiten en omstandigheden:
1.
verzoeker is op 18 mei 2010 in verzekering gesteld, en de voorlopige hechtenis is opgeheven met ingang van 30 juli 2010;
2.
op 21 mei 2010 is het bevel beperkingen afgegeven en op 2 juli 2010 is het bevel beperkingen opgeheven;
2.
in totaal gaat het om 73 (hele) dagen, waarvan 3 dagen doorgebracht in een politiebureau en 42 dagen in beperkingen doorgebracht in een huis van bewaring en 28 dagen in een huis van bewaring zonder beperkingen;
3.
op 28 januari 2013 is aan verzoeker een kennisgeving van niet verdere vervolging verstuurd, inhoudende dat hij niet verder vervolgd zal worden.
Overwegingen
Nu de strafzaak van verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, kan hij aanspraak maken op een vergoeding zoals hierna is vermeld.

Ter zake het verzoekschrift ex artikel 89 Sv Pro

Verzoeker kan aanspraak maken op een vergoeding van de schade die is geleden ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis. Schadevergoeding wordt toegekend indien en voorzover daartoe, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De rechtbank is van oordeel dat verzoeker alles in aanmerking genomen een vergoeding toekomt van € 6.965,-. De rechtbank gaat daarbij uit van de dagen doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis als hierboven opgenomen en van de bedragen die over het algemeen worden toegekend als vergoeding daarvoor, te weten 45 dagen à € 105,- en 28 dagen à € 80,-.
De rechtbank ziet in hetgeen namens verzoeker is aangevoerd geen aanleiding om een hogere dan de gebruikelijke vergoeding toe te kennen, en overweegt daartoe in het bijzonder dat het standaardbedrag dat in het kader van een verzoek ex artikel 89 Sv Pro wordt toegekend, feitelijk een vergoeding is voor de materiële en immateriële schade tengevolge van detentie. Daarnaast kan ingevolge artikel 89 Sv Pro een vergoeding worden toegekend voor inkomstenderving en andere extra immateriële schade, mits deze een rechtstreeks gevolg zijn van de detentie. In het onderhavige geval ziet de rechtbank geen aanleiding om een bijzonder geval aanwezig te achten, waarin van een hoger bedrag dan de forfaitaire vergoeding uit zou moeten worden gegaan. Immers is de door verzoeker gestelde schade, te weten dat hij getroffen is in zijn eer en goede naam en dat er wegens berichten in de media anders tegen hem wordt aangekeken, waardoor hij onder andere problemen heeft bij het zoeken naar een baan, geen rechtstreeks gevolg van de detentie.

Ter zake het verzoekschrift ex artikel 591a Sv

De rechtbank is van oordeel dat aan kosten van de raadsman voor het indienen en mondeling toelichten van het verzoekschrift een vergoeding op zijn plaats is zoals die gewoonlijk wordt toegewezen, te weten € 550,00 (inclusief BTW).
In totaal is derhalve naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking nemend, een vergoeding toewijsbaar tot een bedrag van € 7.515,-.
Beslissing
De rechtbank beslist als volgt:
Op de voet van artikel 89 Sv Pro:
kentverzoeker ten laste van de Staat een vergoeding
toeten bedrage van € 6.965,- (zegge: zesduizend negenhonderdvijfenzestig euro);

wijst het verzoek voor het overige af.

Op de voet van artikel 591a Sv:
kent toeaan verzoeker uit 's Rijks kas een vergoeding ten bedrage van € 550,- (zegge: vijfhonderdvijftig euro);
beveeltde griffier van deze rechtbank voormelde bedragen aan verzoeker uit te betalen op rekeningnummer [woonplaats] t.n.v. [verzoeker], o.v.v. [verzoeker]
Deze beslissing is gewezen door mr. C.A.M. van Straalen, rechter, als lid van de enkelvoudige raadkamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van Elk, griffier en uitgesproken in openbare raadkamer van deze rechtbank van 9 juli 2013.