Stichting NOVO vorderde in kort geding dat NOS en NTR verboden zouden worden om bewakingsbeelden van een cliënt die in maart 2012 overleed na een fysieke interventie uit te zenden. NOVO stelde dat de beelden vertrouwelijk zijn en dat uitzending de privacy van de cliënt en medewerkers schaadt. NOS c.s. voerde aan dat de beelden onderdeel zijn van journalistieke berichtgeving over de zorg en een groot maatschappelijk belang dienen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het recht op vrijheid van meningsuiting van NOS c.s. een beperking kan ondervinden, maar alleen als dit wettelijk is voorzien en noodzakelijk is ter bescherming van rechten van anderen. NOVO kon niet aantonen dat haar geheimhoudingsplicht jegens de cliënt zonder meer het gebruik van de beelden door derden kon verhinderen. Ook het belang van de medewerkers om niet herkenbaar te zijn werd meegewogen, maar NOS c.s. had toegezegd de medewerkers te anonimiseren.
Het belang van NOS c.s. om de uitzending te maken, mede vanwege het maatschappelijk belang en de illustratie van het onderwerp met de beelden, woog zwaarder dan de belangen van NOVO. De nabestaanden van de cliënt hadden geen bezwaar tegen de uitzending. NOVO werd veroordeeld in de proceskosten en de vorderingen werden afgewezen.