ECLI:NL:RBMNE:2013:3264
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens opgeheven ontwikkelingsbedreiging
De minderjarige was onder toezicht gesteld van de Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht (BJZ) tot 11 juli 2013. BJZ verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling met een jaar. Uit het verslag van BJZ bleek dat de opvoedingssituaties bij beide ouders verschillend maar goed waren, en dat de minderjarige zich sociaal-emotioneel normaal ontwikkelde zonder hinder van de zorgregeling.
De ouders reageerden verschillend op het verzoek: de moeder wilde geen verlenging omdat de communicatie volgens haar beter verliep zonder toezicht, terwijl de vader verlenging wenste en een andere gezinsvoogd vroeg vanwege onvrede met BJZ. De kinderrechter oordeelde dat de gronden voor ondertoezichtstelling niet langer aanwezig waren, mede omdat de school geen problemen meer signaleerde en de communicatie tussen ouders ondanks spanningen verbeterde.
De kinderrechter concludeerde dat de ontwikkelingsbedreigingen zoals beschreven in het oorspronkelijke rapport van de Raad voor de Kinderbescherming niet meer relevant waren. De verzoeken tot verlenging en wijziging van de gezinsvoogd werden afgewezen. De uitspraak werd gedaan door kinderrechter A.M. Crouwel op 3 juli 2013.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat de bedreigingen voor de ontwikkeling van de minderjarige niet langer aanwezig zijn.