ECLI:NL:RBMNE:2013:3526

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 augustus 2013
Publicatiedatum
22 augustus 2013
Zaaknummer
AWB-13_2570
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling berekening IVA-uitkering en rechtmatigheid bestreden besluit

Eiseres, werkzaam als schoonmaakster, viel op het werk en meldde zich ziek met rug-, heup- en beenklachten. Na een initiële afwijzing van haar WIA-uitkering, werd bij bezwaar vastgesteld dat zij recht heeft op een IVA-uitkering vanaf 22 augustus 2012. De hoogte van deze uitkering werd in het bestreden besluit vastgesteld op € 517,72 bruto per maand.

Eiseres stelde dat het bestreden besluit onrechtmatig was omdat verweerder niet tijdig een maandelijkse specificatie van de uitkeringshoogte had verstrekt. Deze specificatie werd pas bij besluit van 19 april 2013 gegeven, waarop eiseres bezwaar maakte. De rechtbank oordeelde dat verweerder in het primaire besluit de aanvraag terecht had afgewezen en dat het bestreden besluit conform het voorgenomen besluit was genomen, waarop eiseres niet had gereageerd.

Verweerder had na het bestreden besluit telefonisch aanvullende informatie verkregen over de inkomsten van eiseres, wat de latere specificatie verklaart. De rechtbank vond de procedure niet onjuist of onzorgvuldig en verwierp het beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit tot vaststelling van de IVA-uitkering wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 13/2570

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 augustus 2013 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. W.P.J.M. van Gestel),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder
(gemachtigde: M. Tieman).

Procesverloop

Bij besluit van 25 september 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres meegedeeld dat zij per 22 augustus 2012 niet in aanmerking komt voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).
Bij besluit van 2 april 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij het besluit van 25 september 2012 herroepen en beslist dat eiseres met ingang van 22 augustus 2012 op grond van de Wet WIA recht heeft op een uitkering ingevolge de Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA).
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2013. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1.
De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.
Eiseres, geboren op 10 augustus 1959, was laatstelijk werkzaam als schoonmaakster. Zij werkte in deze functie voor ongeveer 15 uur per week bij[X] B.V. en voor 20 uur per week bij [A] Noord-West Nederland, samen voor gemiddeld 33,73 uur per week. Op 3 september 2009 is eiseres gevallen op het werk, waarna zij zich heeft ziekgemeld met pijnklachten aan de rug, heup en het linkerbeen. Aan beide werkgevers is een loonsanctie opgelegd vanwege het verrichten van onvoldoende re-integratie inspanningen, welke uiteindelijk is bekort tot 22 augustus 2012. Eiseres heeft vervolgens bij verweerder verzocht om toekenning van een WIA-uitkering. Dit verzoek heeft geleid tot de onder ‘Procesverloop’ vermelde besluitvorming.
2.
De rechtbank stelt vast dat ter zitting is gebleken dat de berekening van de hoogte van de IVA-uitkering van eiseres over de totale periode van 22 augustus 2012 tot 1 januari 2013 niet langer in geschil is. De in het beroepschrift van 13 mei 2013 opgeworpen gronden over de aftrek van de verdiensten van eiseres per 22 augustus 2012 behoeven dus geen bespreking meer. Ter zitting heeft eiseres zich op het standpunt gesteld dat het bestreden besluit onrechtmatig is omdat verweerder heeft nagelaten bij het bestreden besluit per maand een berekening van de hoogte van de uitkering van eiseres te maken met inachtneming van de juiste verdiensten. Pas bij besluit van 19 april 2013 heeft verweerder deze berekening gemaakt.
3.
De rechtbank stelt vast dat verweerder bij het bestreden besluit de hoogte van de IVA-uitkering heeft bepaald op € 517,72 bruto per maand. De rechtbank stelt voorts vast dat verweerder op 19 april 2013 een beslissing heeft genomen waarin is gespecificeerd welk maandinkomen eiseres ontvangt voor de periode na 22 augustus 2012. Daarbij is bepaald dat eiseres voor de periode van 22 augustus 2012 tot en met 31 augustus 2012 een bruto uitkering (zonder vakantiegeld) van € 481,68 per maand ontvangt. Vervolgens staat in het besluit voor verschillende tijdvakken vanaf 1 september 2012 tot 1 januari 2013 vermeld welke hoogte de uitkering per periode heeft. Per 1 januari 2013 bedraagt de uitkering per maand € 416,73 bruto.
Blijkens het verhandelde ter zitting heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen het besluit van 19 april 2013. In deze lopende bezwaarprocedure heeft nog geen hoorzitting plaatsgevonden.
4.
Het betoog van eiseres slaagt niet. Daartoe is van belang dat verweerder in het primaire besluit de aanvraag om een WIA-uitkering in eerste instantie heeft afgewezen. Zoals gemachtigde van verweerder ter zitting ook heeft toegelicht, is pas in bezwaar geconcludeerd dat eiseres recht heeft op een IVA-uitkering. Vaststaat dat verweerder bij brief van 18 maart 2013 een voorgenomen besluit naar (de gemachtigde van) eiseres heeft verzonden, waarbij een specificatie van de hoogte van de uitkering met ingang van 22 augustus 2012 is gevoegd. Hieruit volgt dat de maandelijkse betaling exclusief vakantiegeld € 517,72 bruto per maand bedraagt. Uit de dossierstukken en het verhandelde ter zitting volgt dat (de gemachtigde van) eiseres op dit voorgenomen besluit niet heeft gereageerd. Vervolgens is op 2 april 2013 het bestreden besluit genomen. Naar aanleiding van het telefonisch contact dat op 18 april 2013 heeft plaatsgevonden met de voormalige werkgever [A] en met de dochter van eiseres heeft verweerder op 19 april 2013 de beslissing met een gewijzigde berekening naar eiseres verzonden.
De rechtbank acht de wijze waarop verweerder tot de hiervoor weergegeven besluitvorming is gekomen, niet onjuist of onzorgvuldig. Gelet op het ontbreken van een reactie van (de gemachtigde van) eiseres op de brief van 18 april 2013 en het daarbij toegezonden voorgenomen besluit valt het verweerder niet aan te rekenen dat de hoogte van de IVA-uitkering in het bestreden besluit is vastgesteld conform het voorgenomen besluit. Voorts maakt de omstandigheid dat eerst bij besluit van 19 april 2013 een berekening van de hoogte van de uitkering over de maanden na 22 augustus 2012 is verstrekt, niet dat het bestreden besluit niet in rechte stand kan houden. Daartoe is van belang dat verweerder eerst na het nemen van het bestreden besluit middels het telefonisch contact met de dochter van eiseres en haar voormalig werkgever nadere informatie heeft verkregen over de inkomsten van eiseres.
5.
Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Lanshage, rechter, in aanwezigheid van
mr. F.M. Mulder, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
29 augustus 2013.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.