Op 6 mei 2013 stak een 45-jarige vrouw het slachtoffer, bij wie zij een week verbleef, met een mes in de rug en de linker bovenarm. De rechtbank achtte bewezen dat zij dit met voorbedachten rade en opzettelijk deed, waarmee sprake was van poging tot moord en poging tot zware mishandeling.
De vrouw had het plan om het slachtoffer te doden en had een geschikt mes uitgezocht en klaargelegd. Door gewijzigde omstandigheden stak zij het slachtoffer tijdens een ruzie in plaats van terwijl hij sliep. De rechtbank vond dat zij voldoende tijd had gehad om na te denken en dat het plan niet alleen uit een hevige gemoedsopwelling voortkwam.
Psychiatrische rapporten stelden dat de vrouw leed aan borderline persoonlijkheidsstoornis met antisociale en psychopatische trekken en een recidiverende depressieve stoornis, met verminderd toerekeningsvatbaarheid. De rechtbank veroordeelde haar tot vijf jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met dwangverpleging.
De benadeelde partij kreeg een schadevergoeding toegekend van €1.181,69 voor materiële en immateriële schade. De rechtbank achtte de feiten buitengewoon ernstig en nam mee dat de vrouw geen spijt toonde van haar daad.