Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser 1],[eiser 2] en [eiser 3], te[woonplaats], eisers,
de gemeenteraad van Hoorn, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers hebben het initiatief genomen om een referendum te houden over het raadsbesluit van 11 december 2012, waarbij de gemeenteraad van Hoorn een krediet beschikbaar stelde voor de aanleg van de Carbasiusweg. De gemeenteraad heeft echter besloten dat over dit raadsbesluit geen referendum kan worden gehouden op grond van artikel 3, tweede lid, aanhef en onder k, van de Referendumverordening van Hoorn.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het raadsbesluit van 11 december 2012 zijn grondslag vindt in eerdere raadsbesluiten, waaronder het besluit van 7 april 2009 waarin het dekkingsvoorstel voor de aanleg van de Carbasiusweg werd goedgekeurd. Over deze eerdere besluiten had een referendum kunnen worden gehouden, waardoor het huidige raadsbesluit niet meer voor een referendum in aanmerking komt.
Eisers voerden aan dat het project nu volledig uit de gemeentebegroting wordt gefinancierd en dat er geen concreet besluit was genomen vóór hun initiatief, maar de voorzieningenrechter achtte deze argumenten onvoldoende om het standpunt van de gemeenteraad te weerleggen. Ook het advies van de Hoor- en adviescommissie bezwaarschriften om een andere motivering te gebruiken werd door verweerder gemotiveerd afgewezen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen referendum te houden over het krediet voor de aanleg van de Carbasiusweg is ongegrond verklaard.