Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1],
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
€ 10.206,99 aan hoofdsom en kredietvergoeding tot en met 11 september 2006 en € 6.316,54 aan contractuele rente – naar de kantonrechter begrijpt, bedoelt Defam hiermee de kredietvergoeding – vanaf 11 september 2006 tot en met 27 maart 2012), te vermeerderen met de contractuele rente – naar de kantonrechter begrijpt, bedoelt Defam hiermee de kredietvergoeding – van 11,16% per jaar over de hoofdsom van € 10.206,99 vanaf 28 maart 2012 tot de voldoening en met hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente indien de proceskosten niet binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis zijn voldaan.
4.De beoordeling
16 oktober 2013voor het nemen van een akte door Defam en [gedaagde sub 1] waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenonderzoek,