ECLI:NL:RBMNE:2013:4781
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- J. Sap
- L.E. Verschoor-Bergsma
- J.W.F. Houthoff
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in omgangszaken
Verzoeker heeft een dochter die onder toezicht staat van Bureau Jeugdzorg Utrecht. Hij had een verzoek ingediend tot vaststelling van een omgangsregeling, dat door de rechter werd afgewezen. In een daaropvolgende kortgedingprocedure vordert verzoeker dat de moeder van zijn dochter hem periodiek informeert over haar.
Tijdens de behandeling van dit kort geding heeft verzoeker de rechter gewraakt vanwege een kritische vraag die de rechter eerder stelde over een kaart die verzoeker aan zijn dochter had geschreven. Verzoeker meende dat de rechter daardoor niet onbevooroordeeld kon zijn.
De rechtbank overweegt dat een eerdere betrokkenheid van een rechter bij een zaak niet automatisch partijdigheid betekent. De rechter heeft toegelicht dat zijn vraag over de kaart was ingegeven door het voorkomen van onrealistische verwachtingen bij het kind. De rechtbank vindt dat verzoeker onvoldoende feiten heeft gesteld om te vermoeden dat de rechter niet onpartijdig is.
De rechtbank wijst het wrakingsverzoek af en draagt zorg voor toezending van de beslissing aan alle betrokkenen. De beslissing is genomen door de wrakingskamer bestaande uit drie rechters en is openbaar uitgesproken op 17 september 2013.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van gegronde vrees voor partijdigheid.