Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
primair), dan wel met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd (
subsidiair).
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 10 oktober 2013 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontucht met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige. Het Openbaar Ministerie vorderde veroordeling op basis van verklaringen van het slachtoffer, haar ouders, een getuige en leidinggevenden van verdachte.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was, omdat het enkel steunde op de verklaring van het minderjarige slachtoffer met een geestelijke beperking, en dat deze verklaring niet betrouwbaar was. Ook waren deskundigenberichten niet objectief en de getuigenverklaring onvoldoende ondersteunend.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs niet overtuigend was. De verklaring van het slachtoffer moest met terughoudendheid worden beoordeeld vanwege haar leeftijd en beperking. De verklaring van de getuige bood onvoldoende ondersteuning. De rechtbank achtte de verklaring van verdachte over een onschuldige omhelzing en kus aannemelijk en kon niet met redelijke twijfel vaststellen dat de feiten hadden plaatsgevonden.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat de verdachte werd vrijgesproken. De kosten werden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van ontucht met een minderjarige.