Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 9 januari 2013;
- het proces-verbaal van comparitie van 25 maart 2013;
- de brief van 4 april 2013 van de zijde van Prequest c.s.;
- het proces-verbaal van voortzetting van comparitie van 22 april 2013.
2.De feiten
‘Functie en werkzaamheden’is in de artikelen 2.1 en 2.2 van de arbeidsovereenkomst tussen Prequest en [eiser] het volgende bepaald:
Bespreekpuntenonder 3
Application Managerin de kolom
Afsprakenonder 3
“Onderhouden/ Backup-Erez!.
”
‘Taakafspraken’onder punt
‘2. Sterke punten in het functioneren:’, voor zover relevant, het volgende opgenomen:
Bespreekpuntenonder 2
‘Focus moet op sales liggen, niet op van alles er omheen (mag geen excuus zijn).’In de kolom
Afsprakenonder 2 is opgenomen
‘Appl. Manager taken overdragen Erez. Support vaker inschakelen voor checklist klant, bij installatie/impl. etc.’
3.Het geschil
4.De beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt
“Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst, dan wordt, tenzij tusschen partijen anders is overeengekomen, als de maker van die werken aangemerkt degene, in wiens dienst de werken zijn vervaardigd.”
kanzijn ontstaan, is gelet op de gemotiveerde stellingen van [eiser] op dit punt onvoldoende. Nu Prequest c.s. niet heeft voldaan aan haar stelplicht op dit punt zal niet worden toegekomen aan bewijsvoering. De stelling van Prequest c.s. dat latere versies verschillen van de voorgaande is verklaarbaar, nu dat gelet op het voorgaande inherent is aan het type softwareprogramma.
eersteopenbaarmaking. Prequest c.s. heeft