De zaak betreft een verzetprocedure tegen een eerdere uitspraak van 8 augustus 2013, waarbij de rechtbank het beroep van een belanghebbende gegrond verklaarde tegen het besluit van de Minister van Veiligheid en Justitie en tevens een dwangsom vaststelde wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op bezwaar.
De Minister stelde dat geen dwangsom verschuldigd was omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was verklaard na de uitspraak. De rechtbank oordeelde echter dat ten tijde van de uitspraak van 8 augustus 2013 nog geen beslissing op bezwaar was genomen, waardoor de dwangsom terecht was vastgesteld.
De rechtbank volgde de redenering van de Minister niet en verklaarde het verzet ongegrond. De uitspraak is in het openbaar gedaan en er staat geen rechtsmiddel tegen open.