ECLI:NL:RBMNE:2013:4984
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks toename schulden door huwelijk in gemeenschap van goederen
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 288 lid 1 Faillissementswet Pro. Haar schulden zijn toegenomen van circa €18.000 vóór het huwelijk naar ongeveer €104.000 door het in gemeenschap brengen van schulden van haar echtgenoot na hun huwelijk in wettelijke gemeenschap van goederen op 12 november 2012.
De rechtbank constateert dat doorgaans een toename van schulden door huwelijk binnen vijf jaar leidt tot het oordeel dat de schulden niet te goeder trouw zijn ontstaan. Echter, verzoekster heeft zich bij haar beslissing laten leiden door mededelingen van haar budgetbeheerder en re-integratiebegeleider, en gezien haar beperkte verstandelijke vermogens en financiële zelfredzaamheid acht de rechtbank het niet redelijk haar dit tegen te werpen.
De echtgenoot van verzoekster is niet toegelaten tot de regeling vanwege eerdere beëindiging wegens niet-naleving. De rechtbank wijst de toepassing van de schuldsaneringsregeling toe, benoemt een rechter-commissaris, verhoogt het vrij te laten bedrag conform wettelijke bepalingen en geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van post gericht aan verzoekster.
De uitspraak is gedaan door mr. M.H.F. van Vugt en is openbaar uitgesproken op 16 oktober 2013.
Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de schuldsaneringsregeling ondanks toename van schulden door huwelijk in gemeenschap van goederen.