De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van drie besloten vennootschappen tot benoeming van onafhankelijke deskundigen om de prijs vast te stellen van aandelen die gehouden worden door een failliete vennootschap in een andere vennootschap. De curator van de failliete vennootschap voerde verweren aan, waaronder onbevoegdheid en het niet in werking treden van de statutaire procedure, maar trok het beroep op onbevoegdheid in en werd door de rechtbank niet gevolgd in het betoog dat de procedure nog niet was gestart.
De rechtbank oordeelde dat de statutaire procedure tot overdracht van aandelen is gestart door de schriftelijke mededeling van het faillissement en dat de benoeming van deskundigen niet afhankelijk is van het daadwerkelijk aanbieden van de aandelen. De curator stelde subsidiar dat een specifieke prijsberekeningsmethode uit de aandeelhoudersovereenkomst zou prevaleren, maar de rechtbank verwierp dit omdat de vennootschap geen partij is bij die overeenkomst en de statuten voorrang hebben.
De kantonrechter benoemde drie onafhankelijke deskundigen die binnen drie maanden na definitieve benoeming hun opdracht moeten voltooien. Partijen kregen de gelegenheid om binnen twee weken gemotiveerd bezwaar te maken tegen de benoeming. De kosten van de deskundigen worden verdeeld volgens de statuten, waarbij bij terugtrekking de verzoekers de kosten dragen en bij aankoop de kosten worden gedeeld tussen failliete vennootschap en koper(s). De curator werd veroordeeld in de proceskosten.