Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
H: Ja, ja, ja.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
Motivering van de straffen en maatregelen
9.Het beslag
10.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
,levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder feit 2 primair bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 600,-- (zeshonderd euro), te weten € 550,-- aan immateriële schade en € 50,-- aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag – hoofdelijk - worden toegewezen.
,levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder feit 2 primair bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 550,-- (vijfhonderdvijftig euro) aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag – hoofdelijk - worden toegewezen.
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
5 (vijf) jaren.
BIJLAGE: De tenlastelegging