ECLI:NL:RBMNE:2013:5421
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Erkenning en tenuitvoerlegging Amerikaanse voogdijuitspraken over minderjarige in Nederland
De vader, met Amerikaanse nationaliteit, verzoekt de erkenning en tenuitvoerlegging van drie uitspraken van de Superior Court of California betreffende de voogdij over zijn minderjarige kind, dat momenteel in Nederland verblijft. De moeder, met Zambiaanse nationaliteit, betwist de erkenning en voert onder meer aan dat de omstandigheden zijn gewijzigd en dat het belang van het kind een andere beoordeling vereist.
De rechtbank beoordeelt de drie uitspraken afzonderlijk. De uitspraak van 9 augustus 2013 wordt afgewezen wegens het ontbreken van hoor en wederhoor, waardoor geen behoorlijke rechtspleging heeft plaatsgevonden. De uitspraken van 13 mei 2010 en 7 januari 2010 voldoen aan de vereisten van internationale rechtsmacht, behoorlijke rechtspleging en zijn niet in strijd met de Nederlandse openbare orde.
De rechtbank erkent deze twee uitspraken en bepaalt dat de minderjarige onmiddellijk moet worden teruggegeven aan de vader in Californië. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen. De moeder is niet persoonlijk verschenen, maar haar advocaten waren aanwezig, waardoor geen sprake is van een niet behoorlijke oproeping.
Uitkomst: De rechtbank erkent twee Amerikaanse voogdijuitspraken en beveelt onmiddellijke terugkeer van het kind naar de vader in Californië.