ECLI:NL:RBMNE:2013:5797
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.G. Wijma
- A. van Holten
- G. Blomsma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte medeplegen en medeplichtigheid aan doodslag wegens gebrek aan bewuste samenwerking en opzet
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen en medeplichtigheid aan de doodslag van een vrouw op 3 februari 2013 in Muiden. De officier van justitie stelde dat verdachte met anderen het slachtoffer naar een afgelegen plaats bracht, waar zij werd mishandeld, neergeschoten en beroofd. Verdachte zou een actieve rol hebben gehad bij het geweld en de diefstal.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen bewuste en nauwe samenwerking met de medeverdachten had, dat er geen bewijs was voor het schieten door verdachte en dat de verklaringen en bewijsmiddelen onvoldoende waren om medeplegen of medeplichtigheid aan te nemen. Ook werd aangevoerd dat de bewijsmiddelen zoals OVC-gesprekken en getuigenverklaringen niet betrouwbaar waren.
De rechtbank oordeelde dat voorbedachten rade niet was vastgesteld en dat het subsidiair ten laste gelegde medeplegen van gekwalificeerde doodslag niet bewezen kon worden. Hoewel medeverdachte 1 zich schuldig maakte aan doodslag, ontbrak de bewuste en nauwe samenwerking met verdachte. Ook medeplichtigheid kon niet wettig en overtuigend worden bewezen. De diefstal met geweld werd eveneens niet bewezen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
De benadeelde partijen, de kinderen van het slachtoffer, werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering tot schadevergoeding, omdat verdachte werd vrijgesproken. Zij kunnen hun vordering alleen bij de burgerlijke rechter indienen.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer op 21 november 2013 en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan doodslag wegens gebrek aan bewuste samenwerking en opzet.