Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- [eiser];
- mevrouw L. Eisses, schuldhulpverlener;
- mevrouw L. van Dongen, schuldhulpverlener.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft gelijktijdig met een verzoek tot schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het instellen van een dwangakkoord ex artikel 287a Faillissementswet. Het aanbod hield in dat eiser binnen 36 maanden een deel van zijn schulden zou aflossen, waarbij de schuldeisers het resterende deel zouden kwijtschelden. Alle schuldeisers behalve WestlandUtrecht, de grootste schuldeiser met bijna 57% van de schuldenlast, stemden in met het aanbod.
WestlandUtrecht voerde verweer en stelde dat het dwangakkoord niet bedoeld is voor situaties waarin de grootste schuldeiser weigert mee te werken, en dat eiser zijn schulden via afbetalingsregelingen volledig zou kunnen voldoen. De rechtbank oordeelde dat het dwangakkoord ook kan worden toegepast tegen de grootste schuldeiser indien een meerderheid van schuldeisers instemt en het akkoord financieel gunstiger is dan de wettelijke schuldsaneringsregeling.
De rechtbank stelde vast dat eiser een stabiel inkomen heeft en dat het aangeboden akkoord financieel voordeliger is voor de schuldeisers dan de wettelijke regeling. Bovendien zou volledige aflossing via afbetalingsregelingen circa 35 jaar duren, wat niet als een redelijke termijn wordt gezien. Daarom werd het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord toegewezen en werd WestlandUtrecht veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt toegewezen en WestlandUtrecht wordt veroordeeld tot instemming en betaling van proceskosten.