ECLI:NL:RBMNE:2013:5909
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden wrakingskamer wegens ontbreken onpartijdigheid
Verzoekster diende meerdere wrakingsverzoeken in tegen de kantonrechter en vervolgens tegen de leden van de wrakingskamer die haar wrakingsverzoeken behandelden. Zij stelde dat het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor was geschonden en dat de schijn van partijdigheid was gewekt doordat zij geen verweerschrift ontving, de namen van de rechters niet bekend waren gemaakt en de duur van de behandeling niet was gecommuniceerd.
De rechtbank beoordeelde het wrakingsverzoek aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 6 EVRM Pro. Hierbij geldt een vermoeden van onpartijdigheid van rechters, dat alleen door uitzonderlijke omstandigheden kan worden doorbroken. De aangevoerde gronden van verzoekster betroffen echter louter procedurele aspecten en boden geen aanwijzing voor persoonlijke vooringenomenheid van de wrakingskamerleden.
De rechtbank concludeerde dat de vrees van verzoekster voor een gebrek aan onpartijdigheid niet objectief gerechtvaardigd was en wees het wrakingsverzoek af. Tevens werd bepaald dat de behandeling van het eerdere wrakingsverzoek zou worden voortgezet in de stand waarin deze was opgeschort. Tegen deze beslissing stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de wrakingskamer wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor onpartijdigheid.