ECLI:NL:RBMNE:2013:5912
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in echtscheidingszaak met nevenvoorzieningen
In deze wrakingszaak verzocht [verzoeker] de wraking van mr. Van Osta, de rechter in een echtscheidingszaak met nevenvoorzieningen, wegens vermeende vooringenomenheid en onheus bejegenen. Het wrakingsverzoek werd ingediend na een mondelinge behandeling waarbij het rapport van Bureau Jeugdzorg werd besproken.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek tijdig en ontvankelijk was, ondanks een eerste faxpoging die niet was aangekomen. Bij de inhoudelijke beoordeling stelde de rechtbank vast dat er geen feiten of omstandigheden waren die wezen op persoonlijke vooringenomenheid van de rechter. De bespreking van het BJZ-rapport vond open en transparant plaats, waarbij alle partijen konden reageren.
Het vermeende snauwen van de rechter werd niet bevestigd door getuigenverklaringen en was onvoldoende om onpartijdigheid in twijfel te trekken. Ook het argument dat de rechter waarheidsvinding niet belangrijk zou vinden, werd verworpen; de rechter richtte zich op een toekomstgerichte oplossing in het belang van het kind.
De rechtbank concludeerde dat de vrees voor vooringenomenheid niet objectief gerechtvaardigd was en wees het wrakingsverzoek af. De hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was op het moment van de schorsing.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Van Osta wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.