Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2013:6044

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 november 2013
Publicatiedatum
2 december 2013
Zaaknummer
C-16-348425 - JE RK 13-1864
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:254 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens voortdurende zorgbehoefte

De minderjarige is onder toezicht gesteld van Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht (BJZ) tot 3 december 2013. BJZ verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling voor een jaar, waarbij het verzoek deels werd toegewezen en deels aangehouden. Op 28 november 2013 vond een mondelinge behandeling plaats waarbij de ouders, BJZ en de minderjarige (in beslotenheid) aanwezig waren.

BJZ gaf aan dat een persoonlijkheidsonderzoek op korte termijn zal starten, dat ongeveer twee maanden zal duren en waarschijnlijk zal leiden tot een hulpverleningsadvies. Daarnaast zijn de zorgen vanuit school toegenomen, waardoor BJZ de gedwongen begeleiding noodzakelijk acht. De ouders gaven aan hulp te willen, bij voorkeur vrijwillig, en dat de ondertoezichtstelling veel druk op de minderjarige legt.

De kinderrechter oordeelde dat de gronden voor ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn conform artikel 1:254 lid 1 BW Pro. Omdat het persoonlijkheidsonderzoek nog niet was gestart, werd de situatie als onveranderd gezien. Daarom werd de ondertoezichtstelling verlengd tot 3 april 2014 en het overige verzoek aangehouden. BJZ werd verzocht de kinderrechter schriftelijk te informeren over de onderzoeksresultaten en eventuele hulpverleningsplannen, waarna verdere behandeling zal volgen.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 3 april 2014.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht
Locatie Utrecht
Verlenging ondertoezichtstelling (aangehouden gedeelte)
Zaak-/rolnummer: C/16/348425 / JE RK 13-1864
Beschikking van de kinderrechter van 28 november 2013 met betrekking tot de minderjarige:
[minderjarige], geboren op [1999] te [geboorteplaats],
nader te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt naast de verzoeker als belanghebbenden aan:
- [de vader],
wonende te [woonplaats 1],
nader te noemen de vader,
- [de moeder],
wonende te [woonplaats 2],
nader te noemen de moeder.
Het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door de ouders [de moeder] en [de vader].

1.Verloop van de procedure

1.1.
[minderjarige] is onder toezicht gesteld van de Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht (hierna: BJZ). De ondertoezichtstelling loopt tot 3 december 2013.
1.2.
BJZ heeft op 11 juli 2013 een verzoekschrift met bijlagen ingediend, strekkende tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de periode van één jaar.
1.3.
Het verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling en het daarbij behorende hulpverleningsplan zijn bij het verzoekschrift overgelegd.
1.4.
Bij beschikking van 2 augustus 2013 is de ondertoezichtstelling voor vier maanden verlengd en is het verzoek voor het overige aangehouden.
1.5.
Op 28 november 2013 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft van de inhoud daarvan aantekening gehouden. Bij de behandeling zijn verschenen:
  • de vader,
  • de moeder,
  • mevrouw [A] namens BJZ.
[minderjarige] is buiten de aanwezigheid van de overige belanghebbenden gehoord.

2.Vaststellingen en overwegingen

2.1.
BJZ verzoekt om toewijzing van het aangehouden deel van haar verzoek en geeft de volgende toelichting. De gezinsvoogd van [minderjarige] heeft deze week contact gehad met Altrecht over een intakegesprek voor [minderjarige]. Dit zal op korte termijn plaats kunnen vinden. Een afnemen van het persoonlijkheidsonderzoek zal ongeveer twee maanden duren. Het persoonlijkheidsonderzoek zal waarschijnlijk leiden tot een hulpverleningsadvies. BJZ wil deze hulpverlening begeleiden. Daarnaast zijn er de zorgen om [minderjarige] vanuit school toegenomen, waardoor BJZ begeleiding in het gedwongen kader nog steeds noodzakelijk acht.
2.2.
De ouders geven aan graag hulp voor [minderjarige] te willen, bij voorkeur in het vrijwillige kader. De ondertoezichtstelling legt een hoge druk op [minderjarige]. Vooral speelt bij haar de angst om uit huis geplaatst te worden.
2.3.
Op grond van de verkregen informatie van BJZ zoals in genoemde stukken aangegeven en hetgeen tijdens de terechtzitting nog naar voren is gebracht, is de kinderrechter van oordeel dat in het belang van [minderjarige] de termijn van de ondertoezichtstelling dient te worden verlengd, nu de gronden voor de ondertoezichtstelling – zoals bepaald in artikel 1:254 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek – nog aanwezig zijn.
2.4.
De kinderrechter overweegt als volgt. De kinderrechter heeft in de beschikking van 2 augustus 2013 onder meer overwogen dat afhankelijk van de uitkomst van het persoonlijkheidsonderzoek, bekeken kan worden welke vervolgstappen moeten worden gezet en of het daarbij nog noodzakelijk is om het gedwongen kader te handhaven. Nu dit onderzoek nog niet van start is gegaan, is de situatie sindsdien feitelijk onveranderd gebleven. Dit betekent dat op dezelfde gronden als vermeld in de beschikking van 2 augustus jl. een korte voortzetting van de onder toezicht stelling gegeven is. Nu dit onderzoek waarschijnlijk op korte termijn van start zal gaan, is een verlenging van vier maanden wederom geïndiceerd en zal het verzoek van BJZ voor het overige worden aangehouden. De kinderrechter zal het verzoek derhalve voor vier maanden toewijzen, te weten tot 3 april 2014 en de beslissing voor het overige
PRO FORMAaanhouden. De kinderrechter verzoekt BJZ om
uiterlijk 14 maart 2014de kinderrechter schriftelijk te informeren over de resultaten van het persoonlijkheidsonderzoek en de eventuele plannen voor verdere hulpverlening. BJZ wordt verzocht daarbij expliciet aan te geven of het resterende deel van het verzoek wordt gehandhaafd, gewijzigd of ingetrokken. Afhankelijk van de verstrekte informatie zal de kinderrechter de griffier verzoeken een nieuwe datum voor verdere behandeling van het aangehouden deel van het verzoek te bepalen en de belanghebbenden in dat geval op te roepen.

3.Beslissing

De kinderrechter
3.1.
verlengt de termijn waarvoor [minderjarige] onder toezicht is gesteld van de Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht, met ingang van 3 december 2013 tot 3 april 2014;
3.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.3.
houdt de beslissing op het resterende deel van het verzoek
PRO FORMAaan tot
3 april 2014 met het verzoek aan BJZ om
uiterlijk 14 maart 2014de kinderrechter schriftelijk te informeren zoals hierboven onder 2.4. vermeld.
Deze beslissing is gegeven door mr. D.J. van Maanen, kinderrechter, en ter openbare terechtzitting van 28 november 2013 uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. F.W. Zalm, griffier.
Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.